For an English version of this text, click the link 'artist's statement'. Luisteren naar de wereld. Een luisteren dat een poging is om te zien, een verlangen om door de waarneming, door het beeld, zelfs door het denken heen te breken. Een luisteren dat zich tegelijk naar binnen richt. En de open leegte van het witte papier. Misschien is het niet eens luisteren, maar wachten. Misschien zelfs geen wachten, maar aandachtig stil zijn. Er vormt zich een haarfijn scheurtje, er begint iets te bewegen - een kleine beweging, die alleen maar gevolgd hoeft te worden. Opeens is het er. Achteraf is het alsof we niets hebben gedaan, het alleen maar wat tijd gegeven hebben, een beetje ruimte. De middelen zijn eenvoudig: potlood, grafietpoeder en fijngewreven siberisch krijt, gum, papier van een vaste maat. Wit, zwart, en alle nuances van grijs daartussen. Ieder gebaar dat op het papier gezet wordt, iedere lijn, iedere veeg, maar ook iedere vingerafdruk, laat een spoor achter. Tekeningen die de kijker uitnodigen hun ruimte binnen te gaan. Open ruimtes die niet begrensd worden door een horizon, niet bepaald door verdwijnpunten. Een kijker kan zich daar vrij bewegen. Zonder de natuur af te beelden of te imiteren, resoneren deze tekeningen met haar mee - met de wind en het licht, met de bewegingen van de golven, het riet en het ijs, met het wegschieten van een vogel die opgeschrikt wordt, met het nauwelijks zichtbare bewegen van de wolken. Het licht lijkt door de afwezigheid van kleur bijna tastbaar. Het valt ergens overheen als een sluier, komt achter iets vandaan, schijnt ergens doorheen. Een stille wereld, roerloos, maar vol leven. (bronnen: Ted Kooser 'The Poetry Home Repair Manual')